De gist oplossen in de melk.
De 4 eieren scheiden en apart het eiwit hard opkloppen (zodat je de kom boven je hoofd kan omdraaien zonder er eiwit naar beneden valt) en het eigeel opkloppen tot een schuimige lichtgele massa (ook dat dus "vollen bak" opkloppen tot het volume minstens verdubbeld is en de kleur serieus bleker is geworden). Hoe luchtiger je de eiwitten en de eierdooiers opklopt, des te luchtiger je wafels.
Doe de bloem in een grote kom en voeg al roerend het gist/melkmengsel toe of gebruik een handmixer of een standmixer, zorg ervoor dat er geen klontertjes zijn.
Voeg hierbij het opgeklopt eigeel en meng alles goed door elkaar.
Giet de lauwe ghee erbij en blijf goed kloppen zodat alles goed gemengd wordt en voeg het zout toe.
Als laatste spatel je het opgeklopt eiwit door het mengsel en zorg ervoor alles goed verdeeld wordt in het beslag.
Laat het deeg een uurtje rusten maar let erop dat de kom groot genoeg is want de massa verdubbelt, giet desnoods het mengsel in 2 grote kommen.
Verwarm het wafelijzer op 200°C en vul de vorm volledig, laat 5 minuten bakken vooraleer het wafelijzer te openen (wie een speciaal wafelijzer heeft om Brusselse wafels te bakken, draait het ijzer na 2,5 minuten om, zodat de wafels langs beide kanten mooi bruin zijn).